ETF's & Indexfondsen

Vanguard: het verhaal achter de goedkoopste ETF’s ter wereld

Vanguard is de op één na grootste vermogensbeheerder ter wereld en de partij die het indexbeleggen groot heeft gemaakt. Als je een wereldwijde ETF zoals VWRL of een S&P 500-tracker in je portefeuille hebt, is de kans groot dat Vanguard erachter zit, of dat een concurrent zijn tarieven heeft verlaagd omdat Vanguard bestond. Dit is het verhaal van hoe dat zo gekomen is, en waarom het uitmaakt voor wat jij aan kosten betaalt.

Ik luisterde laatst de aflevering van de Acquired-podcast over Vanguard, en wat me bijbleef is dat het bedrijf eigenlijk uit een nederlaag is ontstaan. Geen briljant masterplan, maar een oprichter die net was ontslagen en met de rug tegen de muur stond. Dat maakt het een beter verhaal dan de meeste bedrijfsgeschiedenissen, en het legt precies uit waarom Vanguard anders in elkaar zit dan elke andere grote beheerder.

Wat is Vanguard?

Vanguard is een Amerikaanse vermogensbeheerder, opgericht in 1975 en gevestigd in Malvern, Pennsylvania. Het beheert wereldwijd meer dan tien biljoen dollar aan vermogen, wat het samen met BlackRock tot de grootste van de sector maakt [bron]. Voor Nederlandse beleggers is Vanguard vooral bekend van zijn indexfondsen en ETF’s, die je via de meeste brokers kunt kopen.

Het bijzondere zit niet in de omvang, maar in de eigendomsstructuur. Vanguard heeft geen externe aandeelhouders. De beheermaatschappij is eigendom van de eigen fondsen, en die fondsen zijn weer eigendom van de beleggers die er stukken van bezitten. Met andere woorden: als je een Vanguard-fonds koopt, ben je via een omweg mede-eigenaar van Vanguard zelf. Er is geen aandeelhouder aan de top die winst uit het bedrijf trekt. Dat klinkt als een detail, maar het is de hele reden dat de kosten zo laag zijn.

Hoe Jack Bogle Vanguard oprichtte (na eerst ontslagen te zijn)

Het verhaal begint bij John “Jack” Bogle. Hij schreef zijn scriptie aan Princeton over de fondsenindustrie, ging in 1951 aan de slag bij Wellington Management en werd daar begin dertig al de baas. Tot zover een klassiek succesverhaal.

Toen ging het mis. In de jaren zestig fuseerde Wellington met een agressiever, risicovoller fondsenhuis. Toen de oliecrisis van de jaren zeventig de beurs onderuit haalde, kelderde dat fonds hard en verdampte een groot deel van het beheerd vermogen. Het bestuur gaf Bogle de schuld en ontsloeg hem als CEO in 1974.

Wat hem redde, was een juridisch toeval. Bogle was ontslagen bij de beheermaatschappij, maar hij bleef voorzitter van de fondsen zelf, en dat is in de Amerikaanse structuur een aparte juridische entiteit. Vanuit die positie kon hij een voorstel doen. Hij schreef een lijvig reorganisatieplan waarin hij voorstelde dat de fondsen hun eigen beheermaatschappij zouden bezitten en die tegen kostprijs zouden laten draaien, in het belang van de beleggers in plaats van externe eigenaren.

Het bestuur ging akkoord met de kleinst mogelijke marge. Dat is het punt dat me het meest bijbleef uit de Acquired-aflevering: de beroemde structuur die Vanguard uniek maakt, is niet bedacht als visionair concept. Ze is ontstaan als compromis, half als een manier om Bogle in te tomen. Als onderdeel van de deal mocht Vanguard namelijk in het begin niet eens zijn eigen fondsen beheren of actief in de markt zetten.

“Bogle’s Folly”: het eerste indexfonds

Die beperking bleek een geschenk. Omdat Vanguard geen actief beheer mocht doen, verzon Bogle iets wat geen beheerder nodig had: een indexfonds. In plaats van te proberen de markt te verslaan, zou het fonds simpelweg een index volgen, tegen minimale kosten.

In 1976 lanceerde Vanguard het First Index Investment Trust, de voorloper van wat nu het Vanguard 500-fonds heet. De ambitie was honderdvijftig miljoen dollar op te halen. Het werden er ruim elf miljoen. Zo weinig dat het fonds niet eens alle vijfhonderd aandelen uit de index kon kopen en begon met een selectie van zo’n tweehonderdtachtig namen.

De reactie uit de branche was spot. Concurrenten noemden het “Bogle’s Folly” en indexbeleggen werd zelfs “on-Amerikaans” genoemd, omdat je genoegen nam met het gemiddelde in plaats van te proberen te winnen. De groei was in het begin tergend traag: het duurde jaren om de eerste honderd miljoen dollar te bereiken, en nog eens jaren om over het eerste miljard te gaan. Wat toen belachelijk werd gemaakt, is inmiddels de standaardmanier waarop miljoenen mensen beleggen.

Waar de naam Vanguard vandaan komt

Een detail dat ik leuk vind: de naam. Bogle had een boek over de Britse marinegeschiedenis gekregen en vernoemde het bedrijf naar HMS Vanguard, het vlaggenschip van admiraal Nelson in de Slag bij de Nijl. De directie van Wellington was er aanvankelijk op tegen. Bogle kreeg ze mee met een praktisch argument: fondsen worden alfabetisch gerangschikt, dus “Vanguard” zou in de tabellen mooi naast “Wellington” komen te staan. Zo werd een stukje interne politiek de naam van het grootste indexhuis ter wereld.

Waarom de kosten van Vanguard structureel het laagst zijn

Terug naar het geld, want daar draait het uiteindelijk om. Doordat Vanguard geen externe aandeelhouders heeft, is er niemand die winst uit de fondsen wil halen. Elke euro die niet aan kosten wordt afgeroomd, blijft bij de belegger. Vanguard rekent zijn fondsen in de praktijk alleen wat het kost om ze te draaien.

Dat is geen marketingpraatje maar zichtbaar in de cijfers. De gemiddelde lopende kosten van Vanguard-fondsen en -ETF’s liggen rond de 0,07 procent per jaar, tegenover een branchegemiddelde van ongeveer 0,44 procent. Voor puur de ETF’s is het verschil nog groter: ongeveer 0,04 procent bij Vanguard tegen zo’n 0,23 procent gemiddeld in de markt [bron]. Dat lijkt een verwaarloosbaar verschil, maar over decennia belegd tikt het enorm aan.

Precies dat effect kun je zelf uitrekenen met de [kostencalculator](C:/Program Files/Git/tools/beleggingskosten-calculator/) op deze site: vul een laag kostenpercentage in en een hoog percentage, en kijk wat het scheelt op je eindvermogen. Vaak gaat het over tienduizenden euro’s, niet over kleingeld. Dat is de hele les van Bogle in één grafiek.

Hoe Vanguard een van de grootste ter wereld werd

Lage kosten zijn niet alleen goed voor de belegger, ze zijn ook een vliegwiel voor het bedrijf. Hoe groter Vanguard werd, hoe lager de kosten per fonds, waardoor het nog goedkoper kon worden, waardoor er nog meer geld naartoe stroomde. Vooral na de kredietcrisis van 2008 raakte indexbeleggen in een stroomversnelling en verschoof er steeds meer vermogen van dure, actief beheerde fondsen naar goedkope trackers.

De flagship-producten die die groei droegen ken je waarschijnlijk: VOO en VTI in de Verenigde Staten, en voor Europese beleggers de UCITS-varianten zoals VWRL (wereldwijd) en VUSA (S&P 500). Het zijn saaie, brede, goedkope fondsen, en juist dat is het hele punt.

Het “Bogle-effect”: wat het de belegger opleverde

Bogle zelf is er niet rijk van geworden, althans niet naar de maatstaven van zijn vak. Waar oprichters van concurrerende beheerders miljarden vergaarden, liet Bogle een nalatenschap na die daar een fractie van was. Zijn kruistocht tegen hoge kosten heeft naar schatting wel voor honderden miljarden aan bespaarde kosten gezorgd bij gewone beleggers, deels rechtstreeks via Vanguard en deels doordat concurrenten gedwongen werden hun tarieven te verlagen.

Warren Buffett vatte het ooit samen: als er ooit een standbeeld zou komen voor de persoon die het meest voor de Amerikaanse belegger heeft gedaan, zou Jack Bogle de vanzelfsprekende keuze zijn. Voor iemand die begon als een ontslagen directeur met een fonds dat werd uitgelachen, is dat geen slechte tweede akte.

Wat dit voor jou als Nederlandse belegger betekent

Je hoeft Vanguard niet te vereren om er iets aan te hebben. De praktische les is simpel: kosten zijn een van de weinige dingen aan beleggen die je vooraf kent en die je kunt beïnvloeden. Rendement is onzeker, kosten niet. Een fonds met lage lopende kosten begint elk jaar met een voorsprong op een duurder fonds dat exact hetzelfde doet.

Dat betekent niet dat Vanguard automatisch de beste keuze voor jou is. iShares (BlackRock) en Xtrackers (DWS) bieden vergelijkbare, soms nog net iets goedkopere trackers, en welke bij je past hangt af van je broker, de verhandelbaarheid en je eigen voorkeuren. Waar het om gaat is het principe dat Bogle populair maakte: begrijp wat je aan kosten betaalt, en reken uit wat het over twintig of dertig jaar met je vermogen doet voordat je kiest.

Dit is geen beleggingsadvies. Doe altijd je eigen onderzoek of raadpleeg een AFM-geregistreerd adviseur voordat je beslissingen neemt.

Is Vanguard beschikbaar voor Nederlandse beleggers?

Ja. Vanguard biedt in Europa UCITS-fondsen en -ETF’s aan, zoals VWRL en VUSA, die je via de meeste Nederlandse en Europese brokers kunt kopen. De Amerikaanse fondsen (VOO, VTI) zijn voor particuliere Europese beleggers doorgaans niet direct verkrijgbaar door Europese regelgeving.

Waarom zijn de kosten van Vanguard zo laag?

Vanguard heeft geen externe aandeelhouders. De beheermaatschappij is eigendom van de eigen fondsen, en die zijn eigendom van de beleggers. Er is dus niemand die winst uit de fondsen trekt, waardoor Vanguard ze in de praktijk tegen kostprijs kan aanbieden.

Wie was Jack Bogle?

John “Jack” Bogle (1929-2019) was de oprichter van Vanguard en de bedenker van het eerste indexfonds voor particulieren, in 1976. Hij wordt gezien als de grondlegger van het goedkope indexbeleggen zoals we dat nu kennen.

Wat is het verschil tussen Vanguard en BlackRock?

Beide zijn de grootste vermogensbeheerders ter wereld, maar de structuur verschilt. Vanguard is eigendom van zijn eigen fondsen en draait tegen kostprijs. BlackRock is een beursgenoteerd bedrijf met externe aandeelhouders en biedt via iShares een breed ETF-aanbod, naast andere activiteiten zoals zijn risicoplatform Aladdin.

Dmitry Ouzkikh
Geschreven door

Dmitry Ouzkikh

Hoi, ik ben Dmitry. Ik beleg sinds 2017 en deel sinds 2020 op Investinfo wat ik leer, openbaar voor iedereen en zonder paywall. Voor wie privé belegt of vanuit z'n BV. Geen financieel adviseur, geen AFM-registratie. Alles wat hier staat is mijn eigen ervaring en onderzoek. Voor persoonlijk advies: spreek met een AFM-geregistreerde adviseur.

Meer artikelen van de auteur →
Scroll to Top