Beginnen met beleggen

Risico en rendement beleggen: hoe je als beginner veilig start

Beleggen begint voor de meeste mensen met dezelfde vraag: hoeveel kan ik kwijtraken? Dat is een eerlijke vraag, en een goede. Wie die vraag serieus neemt voordat hij zijn eerste euro inlegt, maakt betere beslissingen dan wie er pas aan denkt als de koersen dalen. Dit artikel legt uit hoe risico en rendement samenhangen, welke risico’s je als beginner tegenkomt, en hoe je een aanpak kiest die bij jouw situatie past.

Wat is het verschil tussen risico en rendement?

Risico en rendement zijn twee kanten van dezelfde medaille. Hogere rendementen gaan bijna altijd gepaard met hoger risico. Dat is geen toeval, maar een structureel principe van hoe financiële markten werken.

Rendement is wat je verdient op je belegging: koerswinst, dividend, of rente. Risico is de kans dat dit rendement lager uitvalt dan verwacht, of dat je een deel van je inleg verliest. Een spaarrekening bij een Nederlandse bank levert weinig op, maar je inleg staat vast tot het depositogarantiestelsel-plafond van 100.000 euro per persoon per bank [bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/sparen/depositogarantiestelsel]. Een aandelenportefeuille kan historisch gezien veel meer opleveren, maar de waarde schommelt dagelijks.

De relatie werkt ook andersom: wie alleen voor de laagste risico’s kiest, offert rendement op. Over twintig jaar telt dat verschil fors op. Het gaat er niet om risico te vermijden, maar om te begrijpen welk risico je neemt en of dat past bij wat je wilt bereiken.

Soorten beleggingsrisico’s die je moet kennen

Beleggers worden geconfronteerd met meerdere soorten risico, elk met een eigen effect op je portefeuille. De AFM onderscheidt verschillende risicocategorieën die relevant zijn voor particuliere beleggers [bron: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/beleggingen].

Marktrisico is het meest zichtbare. Als aandelenmarkten wereldwijd dalen, daalt ook de waarde van je portefeuille. Tijdens de coronacrash in maart 2020 verloor de AEX in enkele weken bijna 40% van zijn waarde [bron: https://www.fd.nl/beurs/1342201/aex-verliest-40-procent]. Dat is pijnlijk, maar herstel volgde ook snel.

Concentratierisico ontstaat als je te veel geld in één aandeel of sector stopt. Wie in 2021 zwaar in één techbedrijf zat, voelde dat in 2022 hard: de techsector verloor dat jaar gemiddeld tientallen procenten.

Liquiditeitsrisico speelt bij minder verhandelde beleggingen, zoals bepaalde obligaties of kleine aandelen. Als je snel wilt verkopen, vind je misschien geen koper tegen een redelijke prijs.

Valutarisico is relevant als je belegt in fondsen of aandelen in een andere valuta. Een Amerikaans aandeel dat in dollars noteert, levert minder op als de dollar verzwakt ten opzichte van de euro, ook als de koers in dollars steeg.

Hoe bepaal je je persoonlijke risicotolerantie?

Risicotolerantie is niet één getal. Het is een combinatie van vier factoren die samen bepalen hoeveel schommeling jij kunt en wilt verdragen.

Leeftijd en horizon. Wie op zijn dertigste begint, heeft tientallen jaren voor herstel na een koersdaling. Wie op zijn vijfenvijftigste start en over tien jaar met pensioen wil, heeft minder tijd om te wachten tot markten herstellen. Een langere horizon rechtvaardigt over het algemeen meer risico.

Financiële situatie. Beleg alleen geld dat je de komende jaren niet nodig hebt. Wie zijn noodreserve belegt en vervolgens onverwacht kosten maakt, kan gedwongen worden te verkopen op een slecht moment.

Emotionele draagkracht. Een portefeuille die 30% daalt, ziet er op papier dramatisch uit. Wie daar van slaapt, kan beter een meer defensieve mix kiezen, ook als de theorie zegt dat je meer risico kunt nemen. Beleggen werkt alleen als je de strategie volhoudt. [bron: https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/onderwerpen/beleggen/risico]

Doelstelling. Spaar je voor een huis over vijf jaar, of bouw je vermogen op voor later? Dat verschil bepaalt mee hoeveel volatiliteit acceptabel is.

Diversificatie als sleutel tot risicoreductie

Diversificatie is het principe dat je risico verlaagt door je geld over meerdere beleggingen te spreiden, zonder dat je daarvoor rendement hoeft op te geven. Het idee is simpel: als één aandeel of sector hard daalt, hoeft dat niet te betekenen dat alles daalt.

Een breed gespreide ETF zoals de iShares MSCI World UCITS ETF (IWDA) belegt in meer dan 1.400 bedrijven uit 23 ontwikkelde landen [bron: https://www.ishares.com/nl/particuliere-belegger/nl/producten/251941/ishares-msci-world-ucits-etf-acc-fund]. Wie in IWDA belegt, heeft automatisch posities in Apple, ASML, Nestlé en honderden andere bedrijven. Als één bedrijf failliet gaat, is de impact op de totale portefeuille verwaarloosbaar.

Diversificatie werkt ook over vermogenscategorieën. Een mix van aandelen en obligaties dempt de schommelingen, omdat obligaties en aandelen niet altijd tegelijk in dezelfde richting bewegen. Hoe groot die mix is, hangt af van je risicotolerantie en horizon.

Wat diversificatie niet doet: marktrisico volledig elimineren. Als wereldwijde markten dalen, daalt een wereldwijd gespreid fonds ook. Maar de klap is kleiner dan bij een geconcentreerde portefeuille.

Rendementsverwachtingen realistisch instellen

Historisch gezien leveren brede aandelenindices gemiddeld 7% tot 10% per jaar op op de lange termijn, afhankelijk van de periode en index [bron: https://www.msci.com/world]. Obligaties zitten historisch lager, gemiddeld rond 3% tot 5% per jaar [bron: https://www.spglobal.com/spdji/en/indices/fixed-income/].

Twee kanttekeningen zijn hier onvermijdelijk.

Ten eerste: dit zijn gemiddelden over lange periodes. Individuele jaren kunnen sterk afwijken. De aandelenmarkt kan meerdere jaren achter elkaar dalen, zoals tussen 2000 en 2002 of tijdens de financiële crisis van 2008.

Ten tweede: rendementen uit het verleden zeggen niets over de toekomst. Dat is een cliché omdat het waar is.

Wie verwacht elk jaar 10% te verdienen, stelt zichzelf op voor teleurstelling. Wie begrijpt dat rendementen grillig zijn maar op de lange termijn positief kunnen uitvallen, houdt zijn strategie vol als het even tegenzit. Dat volhouden is vaak het verschil tussen een belegger die geld verdient en een belegger die op het slechtste moment verkoopt. [bron: https://www.msci.com/world]

Praktische stappen om veilig te beginnen

Een goede start vraagt om een paar concrete keuzes, in de juiste volgorde.

Stap 1: bouw eerst een noodpot. Zorg dat je drie tot zes maanden aan vaste lasten achter de hand hebt op een gewone spaarrekening. Dit geld beleg je niet. Het beschermt je tegen gedwongen verkoop op een slecht moment.

Stap 2: bepaal je inleg. Begin met een bedrag dat je de komende vijf jaar niet nodig hebt. Maandelijks een vast bedrag inleggen, ook wel dollar cost averaging genoemd, verlaagt het risico dat je alles op een piek inlegt.

Stap 3: kies een passend instrument. Voor de meeste beginners is een breed gespreide ETF zoals IWDA een logisch startpunt. Lage kosten, brede spreiding, eenvoudig via een broker te kopen.

Stap 4: kies een betrouwbare broker. DEGIRO en Trading 212 zijn populaire keuzes voor Nederlandse beleggers, met lage transactiekosten. Vergelijk de opties in het brokers-overzicht op deze site.

Stap 5: verhoog je inleg geleidelijk. Naarmate je meer ervaring krijgt en je situatie verandert, kun je je strategie aanpassen. Niet andersom.

Veelgemaakte fouten van beginnende beleggers

De meeste fouten die beginners maken, zijn te herleiden tot drie patronen.

Te veel handelen. Elke transactie kost geld, in de vorm van transactiekosten of spread. Wie maandelijks zijn portefeuille omgooit op basis van nieuws, betaalt structureel meer kosten en presteert gemiddeld slechter dan wie gewoon blijft zitten. Onderzoek van Morningstar laat consistent zien dat de gemiddelde belegger minder verdient dan het fonds waarin hij belegt, puur door slecht getimede aan- en verkopen [bron: https://www.morningstar.com/funds/mind-gap].

Emotioneel handelen. Verkopen als de markt daalt en kopen als alles stijgt, is precies het omgekeerde van wat werkt. Het voelt logisch in het moment, maar het resultaat is dat je laag verkoopt en hoog koopt.

Kosten onderschatten. Een TER van 0,20% per jaar lijkt verwaarloosbaar. Over twintig jaar maakt dat op een portefeuille van 50.000 euro een significant verschil ten opzichte van een fonds met een TER van 0,07% [bron: https://www.justetf.com/nl/]. Lees ook hoe beleggingskosten je rendement beïnvloeden voor een gedetailleerde berekening.

Belastingen zijn een vierde factor die beginners vaak vergeten. In Nederland valt vermogen boven de heffingsvrije grens in Box 3. De exacte regels veranderen, dus raadpleeg de actuele informatie via [bron: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/vermogen/belasting_betalen_over_uw_vermogen/].


Veelgestelde vragen

Hoeveel risico mag ik nemen als beginner?

Dat hangt af van je leeftijd, financiële situatie, beleggingshorizon en emotionele draagkracht. Een vuistregel: hoe langer je niet aan het geld hoeft te komen, hoe meer risico je kunt verdragen. Begin conservatief en bouw op naarmate je meer ervaring hebt. Beleg nooit geld dat je op korte termijn nodig hebt.

Wat is een goed rendement op beleggingen?

Historisch gezien leveren brede aandelenindices gemiddeld 7% tot 10% per jaar op de lange termijn [bron: https://www.msci.com/world]. Obligaties zitten lager, rond 3% tot 5%. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Wie structureel boven de markt presteert, is de uitzondering, niet de regel.

Hoe verdeel ik mijn geld over aandelen en obligaties?

Een klassieke vuistregel is om het percentage obligaties gelijk te stellen aan je leeftijd. Op je dertigste: 30% obligaties, 70% aandelen. Naarmate je ouder wordt, verschuif je richting meer obligaties. Dit is een startpunt, geen wet. Je eigen risicotolerantie en doelstelling bepalen uiteindelijk de juiste mix. [bron: https://www.dnb.nl/voor-de-consument/beleggen/]

Kan ik mijn beleggingsrisico volledig elimineren?

Nee. Elke belegging brengt risico met zich mee. Diversificatie verlaagt het risico aanzienlijk, maar marktrisico blijft altijd aanwezig. Zelfs obligaties kennen risico’s, zoals renterisico en kredietrisico. Wie geen enkel risico wil lopen, belegt zijn geld op een spaarrekening, maar betaalt daarvoor een prijs in de vorm van lager rendement.

Welke kosten eten mijn rendement op?

De belangrijkste kostenposten zijn de TER van een fonds (jaarlijkse beheerskosten), transactiekosten van je broker, de spread bij aan- en verkoop, en in sommige gevallen valutaconversiekosten. Een ETF met een TER van 0,07% is goedkoper dan een actief beheerd fonds met 1,5% per jaar. Op de lange termijn maakt dat een groot verschil [bron: https://www.justetf.com/nl/].


Dit is geen beleggingsadvies. Doe altijd je eigen onderzoek of raadpleeg een AFM-geregistreerd adviseur voordat je beslissingen neemt die passen bij jouw persoonlijke situatie.

Dmitry Ouzkikh
Geschreven door

Dmitry Ouzkikh

Hoi, ik ben Dmitry. Ik beleg sinds 2017 en deel sinds 2020 op Investinfo wat ik leer, openbaar voor iedereen en zonder paywall. Voor wie privé belegt of vanuit z'n BV. Geen financieel adviseur, geen AFM-registratie. Alles wat hier staat is mijn eigen ervaring en onderzoek. Voor persoonlijk advies: spreek met een AFM-geregistreerde adviseur.

Meer artikelen van de auteur →
Scroll to Top